GVS voor Buitengewoon Basisonderwijs SINT-GREGORIUS Gentbrugge
 
 
 
 
   
       
 Structuur

Wij proberen een evenwicht na te streven tussen:

 

Ons doel:

  • een warme school te zijn met aandacht voor de individuele leerling waarbij elk kind met zijn eigenheid en zijn problemen wordt aanvaard.
     

  • en de nood om een gestructureerde en gedisciplineerde leer- en leefomgeving voor de leerlingen te creëren.
     

  • een christelijk geïnspireerde en doorleefde school te zijn, in de geest van de Broeders van Liefde

  • Kwaliteitsvol onderwijs aan te bieden.
     

  • De ouders als partners te betrekken

 

 

 Historiek

Het begon in 1825

Sint-Gregorius werd gesticht in 1825. Toch is de huidige voorziening, het Koninklijk Orthopedagogisch Centrum Sint-Gregorius maar sinds 1958 in Gentbrugge gevestigd. De huidige voorziening is reeds de derde vestigingsplaats van het Sint-Gregoriusinstituut, dat in de beginjaren zelfs deze naam niet droeg.
Op de 2 keramieken aan de hoofdingang van het K.O.C. wordt de geschiedenis van het instituut van 1823 tot 1964 en wat vooraf ging uitgebeeld.

Petrus Jozef Triest had met de Zusters van Liefde in 1820 in de Molenaarsstraat in Gent onderwijs voor meisjes ingericht.
Teneinde dit werk te kunnen verder zetten, vroeg Triest steun aan de de regering en stelde tevens voor een school voor dove jongens op te richten en deze toe te vertrouwen aan de Broeders van Liefde.

Om de regering gunstig te stemmen en tegelijk hopend daardoor gemakkelijker financiële steun te verkrijgen, wou hij drie broeders naar Nederland sturen, en meer bepaald naar Groningen waar de predikant Henri Daniël Guyot in 1785 eveneens met een dovenschool was begonnen en er de methode van de l'Epée toepaste.

17 maart 1825

Op 17 maart 1825 begon Petrus Jozef Triest met de Broeders van Liefde een school voor 12 dove jongens in de Bijloke te Gent, waar de Congregatie achttien jaar tevoren was ontstaan. Hen voorbereiden tot zelfstandig leven door een gedegen beroepsopleiding om hen te onttrekken aan een leven als bedelaar, was zijn doel. Doven waren toen veroordeeld om te bedelen.

Vroeger waren vooral kleermaker en schoenmaker de stielen die doven bij uitstek uitoefenden, omdat ze in zo'n beroep als zelfstandige konden werken en de communicatieproblemen met de horende wereld tot een minimum waren herleid.

De naam van het instituut dateert van 1862

De naam van het instituut dateert van 1862 toen in de Rooigemwijk, bij ons beter bekend als 'de Appelstraat', een nieuwe vestigingsplaats werd betrokken, genoemd naar Vader Gregorius, toenmalige Generale Overste van de Congregatie.
Het instituut is daar het langste gehuisvest geweest, bijna honderd jaar.

Toch nog vermelden dat niet Broeder Gregorius maar Broeder Aloysius, toenmalige Generale Overste tot 1862, het instituut van de ondergang heeft gered.

Het voortbestaan was bedreigd omdat de Bijloke moest verlaten worden op 1 september 1862. Het is Broeder Aloysius die met geleende en gebedelde gelden een nieuw instituut liet bouwen dat betrokken kon worden in oktober 1862.

Maar, hij had pech omdat ondertussen Broeder Gregorius tot nieuwe Generale Overste was verkozen, anders zou het instituut Sint-Aloysius geheten hebben.

Koninklijk Instituut

In deze periode verwierf het instituut de titel van Koninklijk Instituut. Eerst door Koning Willem I van de Nederlanden en na de onafhankelijkheid van België door Koning Leopold en dit tot op vandaag. Van meet af aan blijkt men hard en degelijk gewerkt te hebben.

De pioniers voor de toch zeer bijzondere onderwijs- en opvoedingsmethoden hadden hun kennis door ervaring en studie vervolmaakt en andere medebroeders opgeleid.

Uit aantekeningen van menig bezoeker, van dr. Harvey Peet (directeur van een doveninstituut in New York, die in 1851 de Belgische dovenscholen bezocht), weten we dat niet alleen alle vakken van het gewoon onderwijs door "gebarentaal" onderwezen werden, maar ook dat de meest begaafden leerden spraak afzien en spreken en dat reeds een opleiding bestond in verschillende "ambachten".

Opname van normaal begaafden, horende en sprekende kinderen

Dichter bij ons in de tijd, heeft het Sint-Gregoriusinstituut zich gekenmerkt als een voorziening die nieuwe doelgroepen opnam die ontstonden uit de bestaande.

Zo werden vanaf 1933, gelet op het feit dat de school aan bepaalde bevolkingnormen moest voldoen, normaal begaafde, horende en sprekende kinderen en jongeren opgenomen.

Kinderen en jongeren met een motorische handicap

Vanaf 1937 ging de voorkeur evenwel uit naar kinderen en jongeren met een motorische handicap, het begin van een nieuwe afdeling kinderen en jongeren met een (neuro-)motorische handicap.

Aanvankelijk werden deze kinderen en jongeren als extern en vanaf 1951 als intern opgenomen.

1958 verhuis naar Gentbrugge

Een nieuwe mijlpaal was 1958, toen de “Appelstraat” werd verlaten om het gloednieuwe instituut in Gentbrugge te betrekken.
Dat was meteen de aanzet voor de opname van een nieuwe doelgroep kinderen en jongeren met spraak-, taal- en leermoeilijkheden, die gegroeid was uit het onderwijs aan doven en slechthorenden.

De laatste decennia werden dan gekenmerkt door een snellere evolutie op het vlak van differentiatie naar andere doelgroepen zowel in de scholen als in het internaat en het semi-internaat.

Kinderen en jongeren met gedrags- en emotionele problemen

Op secundair niveau werden vanaf 1985 jongeren met gedrags- en emotionele problemen en op niveau van het lager vanaf 1995 kinderen met dezelfde zorgvraag opgenomen.
Uit deze groep groeide dan vanaf 1997 de doelgroep kinderen en jongeren met autismespectrumstoornissen.

Het KOC Sint-Gregorius

Het KOC Sint-Gregorius kan dus terugblikken op vele jaren  zorg voor opvoeding en het onderwijs, de behandeling en de begeleiding van vier zorggroepen: kinderen en jongeren met een auditieve handicap, met een (neuro-)motorische handicap, met gedrags- en/of emotionele problematiek of met een autismespectrumstoornis. Als wij onze voorziening vandaag zouden vergelijken met de start ervan op 17 maart 1825, stellen we vast dat alles uiteraard veranderd is maar toch zijn er gelijkenissen die wij verder willen meedragen.

 

 

Het oudercomité: "door d'ouwers"



Het oudercomité
"door d'ouwers" probeert:
 

 
  • Er te zijn voor alle ouders en voor hen een spreekbuis zijn.

  • Ontmoetingsmomenten te organiseren.

  • Acties op te zetten om de school financieel en materieel te ondersteunen: nieuwe inrichting van de speelplaats, nieuwe leermiddelen, ... 

  • Ouders te motiveren actief deel te nemen als leesouder, rekenouder, knutselouder, zwemouder, uitstapbegeleiders, enz.

  • "Ieder een beetje" maakt samen een hele sterke en verbonden school!

 

Het oudercomité organiseert o.a.
een halloweenwandeling, een koekenverkoop, een nieuwjaarsdrink, ...

Voorzitter: Cathérine Hollevoet
Penningmeester: H. Beernaert


We kunnen ook rekenen op enkele losse medewerkers

De leden zijn te bereiken via het schooladres of oudercomite@sg-bubao.be

 

   
          webmaster Marc De Waele                        laatste update: 12/10/2009